
John Volkers (1955) liep 44 jaar lang langs de lijnen van de internationale sport en volgde ruim drie decennia het handbal voor de Volkskrant. Tijdens dit WK keert hij terug naar de plek waar hij het liefst staat: Aan de Zijlijn, zijn rubriek voor dit platform.
Hij is de stem van het Nederlandse handbal. Althans voor wie zich in de stadions en sporthallen beweegt. Edwin Koene is de man achter de microfoon die al een jaar of vijftien de wedstrijden van de nationale ploegen begeleidt. Introductie, doelpuntenmakers benoemen en tussendoor het Nederlandse publiek bewegen om toch stevig en luidruchtig achter hun favoriete team te gaan staan. Zijn ‘Holland, Holland’ kunnen wij dromen. Het is het zetje dat de dominostenen van de aanmoediging doet rollen.
In Rotterdam, bij het WK, is Koene, de man met de heldere stem, de speaker die zich voor een enorm karwei geplaatst ziet. Hij is voor 36 wedstrijden (in 15 dagen) aangesteld. Na donderdag, na Nederland-Tunesië, is hij bijna op de helft van de megaklus beland.
Koene zegt enthousiast te zijn, maar niet te fanatiek. Want hij moet naast beheersing ook op zijn kostbare stem letten. ‘Dat heb ik wel geleerd in die 27 jaar dat ik dit type werk al doe. Begonnen bij de volleyballers van Vrevok in Nieuwegein, daarna handbal. Wedstrijdjes van de Handbal Academie in de eredivisie, in Almere voor vijftig toeschouwers. Vervolgens interlands. Maar ik heb ook bij wielrennen, basketbal en shorttrack schaatsen de microfoon gehanteerd. Alles altijd op het gevoel voor de juiste verhoudingen.’
Tweeëneenhalve week vrij
Maar mooier dan Rotterdam, het WK handbal in eigen land, zal het wat hem betreft niet worden. ‘Ik werd een half jaar geleden gevraagd. Of ik tweeëneenhalve week vrij kon houden. Want we hebben nog een stem nodig, zeiden ze. Nou daar hoefde ik niet lang over na te denken. Geweldig om dit te mogen doen. Het is een fantastisch evenement.’
In Hal 1 van Ahoy, een handbaltempel voor negenduizend toeschouwers, heeft Koene ondersteuning van twee heuse entertainers: Rutger Vermast en Jorrit ter Braak. ‘Ik ben er voor de wedstrijd-specifieke zaken. Het voorstellen van de teams en officials, de doelpuntenmakers, de uitslag en de bekendmaking van de Speelster van de Wedstrijd. De entertainers doen de andere dingen, het publiek opwarmen en vermaken, met spelletjes en met muziek.’
Tijdens de wedstrijd dient Koene zich lichtjes in te houden met zijn oproepen om het Nederlands team te steunen. ‘Ik zit er natuurlijk ook namens de IHF, de wereldbond. Maar ik ben er, vind ik, ook om het publiek op te jutten. Voor zover dat dan mag. Het mag, op een normale wijze. Bij gewone interlands kan ik best honderd keer Holland, Holland roepen. Maar als ik het hier twee keer achter elkaar doe, dan heb de IHF-delegate al op mijn nek.’
De speaker in Rotterdam hoort alle aankondigingen in het Engels doen. ‘Maar toen we hoorden hoe het in Duitsland ging, alles in het Duits, zijn we toch even gaan praten met de gedelegeerde. Of we ook een en ander in het Nederlands mochten roepen. NU is het dertig procent Nederlands, zeventig procent in het Engels.’
Niet partijdig zijn
Nog even over die gevraagde balans in beleving. ‘Ik moet bij een save van Yara ten Holte haar door de microfoon complimenteren. Yaraaaah. Maar dat dien ik ook te doen, als de Egyptische doelvrouw een bal uit de kruising ranselt. Om het duidelijk te zeggen: ik mag niet te partijdig zijn.’
Zijn stijl heeft Edwin Koene (56) door de jaren heen zelf ontwikkeld. Hij vindt het een taak om het publiek mee te krijgen in de beleving van de wedstrijd. Dat is niet altijd even gemakkelijk. ‘Het Nederlandse publiek is zo lastig. Wij zijn zo netjes en lief. Ik ga niet klappen of yellen als mijn buurman dat ook niet doet. O, we klappen met negenduizend tegelijk, nou dan doe ik wel mee. Die houding.’
De eerste vier WK-interlands van Nederland waren eenvoudige klusjes qua oppeppen van het thuispubliek. ‘Gaat het goed met Nederland, dan hoeven we niet veel te doen. Dan is alles mooi en goed. Maar straks bij drie achter tegen Frankrijk, om een voorbeeld te noemen, dan moeten we hard werken, dan gaan wij met de microfoon de grens opzoeken. Zo van jongens kom op, achter de ploeg staan, nu. Dan kijkt die IHF-persoon me maar een keer boos aan.’
Bij veel wedstrijden in het land hanteert Edwin Koene niet alleen de microfoon, maar ook de laptop vol muziek. Feestmuziek, heel veel Nederlandstalig merkt de zaal. Dat tweede karwei is nu uitbesteed. Bij tijd en wijle lijkt Ahoy Hal 1 daarbij het feestpaleis, waar de volumeknop altijd op 10 staat. Een bak herrie zouden mensen kunnen zeggen. ‘Muziek is leuk, zeg ik altijd, maar het moet niet te hard. We zijn hier niet in de discotheek.’
Tekst: John Volkers
Foto: FotoReza









