Skip to main content

Aan de Zijlijn: Auke Klarenbeek, de bewaker van de fitheid

John Volkers (1955) liep 44 jaar lang langs de lijnen van de internationale sport en volgde ruim drie decennia het handbal voor de Volkskrant. Tijdens dit WK keert hij terug naar de plek waar hij het liefst staat: Aan de Zijlijn, zijn rubriek voor dit platform.

Advertentie

De staf van het Nederlands team bestaat bij het WK deze keer uit negen mensen. Vijf mogen er op de bank, tegenwoordig bestaande uit een rij comfortabele stoelen. De anderen bevinden zich, de video-analist uitgezonderd, in de buurt van de Nederlandse wisselzone, maar in Rotterdam weer anders gepositioneerd dan afgelopen zaterdag bij de uitzwaaiwedstrijd in Wognum.

Daar werden er caféstoelen direct achter de wisselbank geplaatst. Het zag er haast knus uit. Het was dan ook een gezellig duel, zonder één enkele tijdstraf. 

Fysieke trainer Auke Klarenbeek, al vanaf 2006 bij de start van de Handbalacademie betrokken bij het Nederlandse tophandbal, zegt dat het hem niks uitmaakt waar hij wordt neergezet. Hij vertelt de anekdote van Kumamoto. Waar hij toen zat, bij die bloedstollend spannende finale van het WK 2019? ‘Nou, thuis, in Utrecht, voor de tv.’

Gouden medaille
Klarenbeek was er op het grootste moment van het Nederlandse handbal niet bij. Dat had zijn reden. Zijn net geboren zoon Tijn. ‘We waren net ouders geworden. Ik ben meegereisd naar Japan en zou blijven tot en met de eerste wedstrijd. Uiteindelijk ben ik een paar dagen langer gebleven.’

‘Ik ben met pijn in het hart vertrokken. Gelukkig wist de technisch directeur van toen, Sjors Röttger, nog een medaille voor mij te regelen. Daar was ik heel blij mee.’

De Utrechter (49) heeft als strength-and-conditioning trainer de schone taak de speelsters gereed te maken voor een slopend WK, zo mogelijk negen wedstrijden van zestig minuten in zeventien dagen. In 1986 speelden de amateurs van toen (drie trainingen per week) hun loodzware WK in Nederland: zeven wedstrijden in tien dagen. Ze waren kapot.

Klarenbeek gooit er maar een lachje tegenaan. Hij weet hoe professioneel de handbalinternationals van dit moment zijn. Hoe fit ze ook zijn. Opgeleid bij de Handbalacademie op Papendal, waar hij in 2006 de krachttraining ging leiden. Het eerste wat de meiden leerden: hoe ga je met die op zich best gevaarlijke toestellen om. ‘Basis. Krachthonk kennen. Weten wat kan.’ 

Snelle Ten Holte
Hij was zelf een sprinter, 10,56 seconden over 100 meter. Nu meet hij snelheid. Van accelereren en decelereren, optrekken en remmen om het in autotermen te houden. De snelste over 20 meter, een half handbalveld: Zoë Sprengers. De snelste over 5 meter: doelvrouw Yara ten Holte. De tijden wil hij liever niet gepubliceerd zien.

Kracht is bij Klarenbeen niet lompe kracht, maar dynamische kracht. De fysieke opbouw van een speelster op de academie neemt drie à vier jaar in beslag. ‘Daarna kunnen ze zichzelf redden. Ja, ik stuur wel eens een sheet met oefeningen. Als ze die willen hebben. Maar we hebben ook te maken met de filosofie van hun club. Die is soms anders dan wij hem zien.’

De WK-voorbereiding begon met vragenlijstjes invullen. Hoe voelt een speelster zich. De interlandperiodes zijn gebruikt om met conditietests en sprintmetingen te weten hoe speelsters ervoor staan. Submaximaal. Eén keer per jaar gaat het voluit. De hartslagmeter wordt vaak gebruikt. ‘Ik zou hem graag in de wedstrijdsituatie gebruiken, maar ze trekken bij handbal elkaars shirt bijna uit. Te lastig om te dragen.’

GPS-meting stelt vast dat handbalsters tussen de 4 en 6 kilometer per wedstrijd rennen. Tijdens het toernooi wordt er vooral aan onderhoud van fitheid gedaan. Speelsters die geen minuten hebben gemaakt krijgen een ‘trainingsprikkel’. ‘Maar meiden die een half uur hebben gespeeld, met hen doen we aan herstel. Herstel is key. Fitheid onderhoud je door wedstrijden te spelen. Dat houdt je op niveau.’

Geen handtekeningen
Voorheen was het massaal uitlopen na de wedstrijd, voor de cooling-down. Nu moeten de speelsters zo snel mogelijk van hun benen af, niet meer op de voeten staan. ‘Dat sjokken na afloop tast het soft tissue aan. Rust moeten ze hebben, zeker na die late WK-wedstrijden die hier dik na tienen uur zijn afgelopen.’

De IHF verbiedt handtekeningsessies na afloop. Anders zou het verbod door Auke Klarenbeek zijn uitgevaardigd. Hij weet: de fitste ploegen komen het verst.

Tekst: John Volkers
Foto: FotoReza

Advertentie