Ambitieuze Van Beek en Kleinpenning laten zich niet de mond snoeren

By 1 oktober 2021oktober 15th, 2021Achtergrond, Artikelen, Voorpagina

Een van de twee is nog geen twintig, maar Roos van Beek (19, links op de foto) en Carlijn Kleinpenning (20) hebben hun eerste topduel in de eredivisie al gefloten. In de Week van de Scheidsrechter vertelt het frisse duo over hun ambities in het vak.

Advertentie

Van Beek en Kleinpenning hadden afgelopen weekend de leiding over het belangrijkste duel in de tweede speelronde van de eredivisie: HandbaL Venlo – VOC. “Het motiveert natuurlijk enorm als de bond ons op zo’n wedstrijd zet”, vertelt Van Beek. Kleinpenning knikt: “We kunnen er lang en breed over praten, maar er is een enorm scheidsrechtertekort in Nederland. Zeker als je naar de dameskoppels kijkt. De bond schuift steeds vaker jonge koppels naar voren om het voor leeftijdsgenoten interessant te maken om ook in te stappen.”

Een aantal jaar geleden besloten Van Beek en Kleinpenning verschillende opleidingen tot bondsscheidsrechter te volgen en in 2019 vonden ze elkaar. “Carlijn stuurde me een berichtje of we eens samen zouden willen fluiten. We wilden allebei meer dan onze toenmalige koppelpartner”, legt Van Beek uit. Kleinpenning vult opnieuw aan: “Op het NK voor jeugdteams zijn we voor het eerst samen gaan werken en Roos en ik klikten al snel.”

Sterk in haar schoenen
Kleinpenning komt uit Noord-Brabant. Ze is slechts één meter en zestig centimeter. Toen ze in 2019 voor het eerst in de eerste divisie mochten fluiten, moest Kleinpenning meteen sterk in haar schoenen staan. “Spelers, zeker mannen, denken dat ze makkelijk over me heen kunnen lopen. Ik heb geleerd m’n mannetje te staan. Spelregelkennis heb ik zeker, maar ik durf nu ook goed voor mezelf op te komen. Niet alleen in het veld, maar ook bijvoorbeeld tijdens mijn studie.”

Advertentie

Een minder optreden blijft doorgaans langer in het hoofd van Kleinpenning rondspoken. Van Beek laat dat makkelijker los. “Spelers in het veld zijn ook niet foutloos”, is de Noord-Hollandse stellig. “Wij moeten het voor de twee teams mogelijk maken om lekker te sporten. We zijn een soort regisseur en grijpen alleen in als het moet”, vertelt Van Beek. Kleinpenning: “Dat is ons doel. We willen niet herkenbaar zijn. Dat lukt de ene keer beter dan de andere, maar we streven daar wel naar.”

Product van de opleiding
Het NHV geeft het duo dat wordt begeleid door Laurens van Kessel steeds vaker een zetje in de goede richting. “Daarvoor hebben we natuurlijk wel genoeg testen moeten doorstaan”, vindt Kleinpenning (foto onder) belangrijk te delen. Van Beek: “Natuurlijk is het NHV gebaad bij meer koppels en als wij het goed doen zijn we een mooi product van de opleiding. Meer leeftijdsgenoten krijgen op steeds hoger niveau de kans. Vaak zitten er rapporteurs op de tribune. We hebben fijne feedback mogen ontvangen waardoor Carlijn en ik onze eerste topper op het hoogste niveau hebben mogen leiden.”

Als jongedames, klein van stuk, moeten Van Beek en Kleinpenning soms twee keer zo goed presteren om respect bij de spelers en coaches in het veld af te dwingen. “Dat maakt onze avond wel eens moeilijker”, is Van Beek eerlijk. “We worden getest. Zeker door de meer ervaren damesspeelsters. Ik vind het soms makkelijker om tegen mannen op te treden. Die hebben een grote mond, maar tegen hen kun je ook directer zijn. Vrouwen blijven soms doorgaan. Dan moet ik niet afgeleid raken en me focussen op de wedstrijd. Gelukkig hebben we contact met onze oortjes en houden we elkaar bij de les. Dan roept Carlijn heel hard ‘Tijdstraf, tijdstraf!’ en keert de rust bij me terug en heb ik weer controle.”

Internationaal
“Als we er lekker inzitten vliegt een wedstrijd voorbij”, gaat Kleinpenning verder. “We leren iedere wedstrijd en krijgen meer ervaring. Dat maakt me rustiger. Ik heb moeten leren dingetjes niet persoonlijk op te vatten. Spelers hebben niets tegen mij als persoon, maar kunnen tijdens de wedstrijd wel heel fel reageren op een beslissing. Dat heeft te maken met het spelletje. Ze willen winnen en dan maakt het niet uit welke scheidsrechter voor hun neus staat. Een fijn inzicht.”

Zo jong en al in de eredivisie actief. Van Beek en Kleinpenning dromen van het fluiten over de grens. “Internationaal is ons doel”, vertelt Kleinpenning met een glimlach. Van Beek: “We willen veel wedstrijden, en hopelijk steeds grotere, fluiten. Eerst in eigen land. Stapje voor stapje. Carlijn vertelde al dat het een ervaringsvak is. We zijn blij met de kansen en hebben nog wel eventjes te gaan.”

Foto: FotoReza

Advertentie